Bustani

moestuinieren +  kinderen = plezier

Deze mooie rekensom maakt iedereen die al eens met kinderen heeft gemoestuinierd.

Kinderen helpen graag mee om te zaaien of te oogsten. Ook zij vinden het bijzonder als er uit een zaadje een prachtige plant groeit.

Een paar tips om het moestuinieren voor kinderen in je (achter)tuin mogelijk te maken:
-  Zorg voor een plekje dat echt voor de kinderen is. Dat kan een afgebakend plekje zijn in de tuin, maar het kan ook een vierkante
   bak zijn of zelfs ruimte op de moestuin.
-  Zorg ervoor dat je alles hebt als de kinderen aan de slag gaan (zaden, kamerkasje, potje, potgrond, schepje, gietertje, enz).
-  Kinderen houden van kleur. Verf hun moestuinbak, bloempotten, bamboestokken of maak zelf labels.
-  Schepjes, emmertjes en ander gereedschap in kleur staan altijd leuk.
-  Weinig ruimte? Maak een verhoogde bak waar de kinderen wat aardbeien in kunnen houden. Een plastic mand of een emmer kan
   gebruikt worden om een aardappelplant in op te kweken.
-  Houdt je kind ook van bloemen? Zonnebloemen, goudsbloemen of Oost-Indische kers sieren de moestuin van je kinderen.
-  Help als volwassene altijd mee met het zaaien, water geven, het verzorgen van de planten en het oogsten.
-  Laat de creativiteit van de kinderen de vrije loop: houd een (foto)dagboek bij, maak een collage voor een tuinplan of maak een oogstkalender. 
-  Probeer eens in huis wat tuinkers te zaaien.

  
Als je voor het eerst moestuiniert met je kind, dan is het handig om te kiezen voor snelle of gemakkelijke groenten. En zaai ook altijd groente of fruit, waarvan je weet dat je kind dat heerlijk vindt. Makkelijke groente is bijvoorbeeld radijs, sla, Parijse worteltjes (die kleine ronde), cherrytomaatjes, zoete maïs of bietjes.
Kinderen die al vaker groente hebben gekweekt, kunnen ook wat moeilijkere soorten aan zoals een boontjes, uien, snackkomkommer, een aardappel of (sier)pompoenen.  

 

De meeste kinderen houden van zoet. Je kunt een echte snoeptuin maken van zoete fruitsoorten zoals aardbeien, rode bessen, zwarte bessen, kruisbessen, ananaskers, braam en framboos. De hele zomer door kunnen de kinderen door de tuin lopen en hier en daar wat afsnoepen.

Aan de slag

Als je gaat zaaien is het handig om alles al bij de hand te hebben, zodat de kinderen lekker aan de slag kunnen.

Een lijstje met benodigdheden:
* Een plek waar je kind gemakkelijk kan staan om te zaaien. Zorg voor een tafel waar je kind gemakkelijk achter kan werken.
* Zaadjes: gebruik zaden die kiemkrachtig zijn. Zo voorkom je teleurstellingen.
* Potgrond / zaai- en stekgrond: Gebruik nieuwe potgrond.
* Potjes of zaaibakjes: gebruik plastic zaaitrays, kleine zaaipotjes, wc-rollen, plastic bekers, oude boterkuipjes, champignonbakjes
   enz. om te zaaien.  Zaai je maar één soort, bijvoorbeeld een tomatenplant? Dan is het misschien leuk om het zaaipotje te
   beschilderen, zoals op de foto te zien is. Bij de Action hebben ze wel eens pakketjes te koop met een potje, verf en een kwastje.
* Zaailabels: Hier staan tips  voor het zelf maken van zaailabels.
* plantenspuit: Na het zaaien moeten de potjes/zaaitrays licht vochtig worden gemaakt. Een plantenspuit is daarvoor het handigst.
* eventueel kamerkasje:

Een kamerkasje heeft een aantal voordelen: in een kleine overzichtelijke ruimte kun je veilig zaaien. De bak is waterdicht, heeft mogelijkheden om te luchten en hij is stabiel. Zaai je maar één soort, dan is een klein kamerkasje misschien te groot. Het effect van een kamerkasje kun je nabootsen door over het potje met zaaigoed een plastic zakje of huishoudfolie te doen. Als de zaden opkomen moet het plastic weer verwijderd worden.




Kinderen kunnen vies worden bij het zaaien, dus houd daar rekening mee! Kijk ook op de Pagina Zaaien en oogsten voor zaaitips.
 

Kleur in de moestuin

Het maken van gekleurde zaailabels:
* Knip stroken van maximaal 3cm breed of knip pijlen uit. Pijlen zijn in Word gemakkelijk te maken. Hier
  vind je een voorbeeld met een blad met pijlen. Print de stroken of pijlen op gekleurd papier.
* Schrijf op de labels de soort die je wil gaan zaaien. Kinderen kunnen eventueel de labels nog
   versieren, voordat ze geplastificeerd worden.

 

 

 

 
Als de planten groot genoeg zijn, kunnen ze in de tuin geplant worden. Of misschien heb je een rijtje met groente gezaaid. Hoe weet je nu waar je wat hebt gezaaid of geplant? Met mooie plantenlabels!

Plantenlabels van hout
* Zorg voor hout: pollepels (bij de Xenos zijn ze niet zo duur) of houten stokjes die je bij de bouwmarkt krijgt
  om verf te roeren zijn uitstekend geschikt.
* Geef de pollepels of roerstaafjes een mooi flitsend kleurtje. Tip: kies kleuren die niet heel donker zijn, want
   dan kun je er niet meer op schrijven!
* Schrijf er met een dikke stift de groentenamen op.
* Lak de plantenlabels goed af. Zo gaan de labels jaren mee!

 

  

Plantenlabels van steen:
* Zorg voor (middel)grote stenen. De namen van de groenten moeten er op passen.  
* Verf de stenen met een watervaste verf.
* Beschrijf de geverde stenen met een dikke (watervaste) stift.

Ben je tevreden met wat minder kleur of wil je kant-en-klare labels?
* Van oude lamellen kun je heel goed plantenlabels maken. Knip de lamellen in stroken van maximaal 3cm. Zorg wel voor een goede
   watervaste stift, waarmee je de labels beschrijft.
* In tuincentra vind je 'gewone' gele labels, waar je met een vet potloodje de plantennamen op kunt schrijven. Niet duur en wel zo
   gemakkelijk! (zie foto)

Creativiteit kent geen (moestuin)grenzen!

Kinderen zijn heel erg creatief en willen graag beleven hoe alles gaat. En omdat niet elk kind gelijk is, zijn er verschillende manieren om hun planten, vruchten of de groei bij te houden.

Alles begint met een moestuinplan: wat wil je kweken en waar komt wat in de moestuin.
Een paar ideeën:
* Als ouder kun je een plan maken. Je vertelt je kind waar hij iets mag zaaien of planten. Dit werkt goed voor de jongere kinderen.
* Je kunt je kind plaatjes laten zoeken van groente die hij wil gaan telen. Deze plaatjes print je. Maak de plaatjes van groente die veel ruimte inneemt groter dan de 
  plaatjes van 'kleine' groente. Vervolgens teken je als ouder de moestuinruimte op een A4 of A3-papier. Samen met je kind kun je bepalen waar wat komt door met
  de plaatjes te schuiven. Is het plan klaar? Laat je kind de plaatjes opplakken en de moestuin inkleuren. Door het plan te plastificeren kan het moestuinplan mee de
  tuin in. [FOTO VOLGT]

Als de zaaitijd is aangebroken kun je je kind een moestuindagboek laten bijhouden. Enkele ideeën:
* Sommige kinderen zijn heel erg talig en schrijven het liefst een verhaaltje. Heb je een talig kind? Geef je kind een mooi schriftje cadeau en laat je kind alles
   opschrijven: wanneer heb je gezaaid? Wanneer kwamen de eerste planten op? Wanneer kon je je eerste tomaat eten? Hoeveel courgettes oogst je van je plant?
   Hoe groot is je zonnebloem geworden? Het moestuindagboek kan mooi versierd worden met tekeningen.  Laat je kind ook overal een datum bij schrijven. Dat is
   leuk om terug te lezen.
* Sommige kinderen zijn heel erg creatief met foto's. Je kunt je kind ook het hele proces laten vastleggen door middel van foto's. De foto's kunnen in een mooi
   fotocollage of een powerpoint verwerkt worden. Ook hier geldt dat het leuk is om er data bij te zetten.
* Sommige kinderen houden van meten en rekenen. Heb je zo'n rekenwonder in huis? Laat je kind dan vooral zijn gang gaan met het opmeten van de planten om er
   mooie grafiekjes en tabellen van te maken. Of laat je kind bijhouden hoeveel er in een week wordt geoogst. Welke week van het jaar geeft de meeste opbrengst?

Als alles groeit en bloeit, is het natuurlijk nog leuker in de tuin. Maak samen met je kind een oogstkalender.
Een paar voorbeelden:
* De oogstkalender: maak een A4-tje waarop je kunt bijhouden hoeveel je hebt geoogst. Het A4-tje kan op de koelkast of op het prikbord gehangen
   worden. Met word kun je kalenders ontwerpen (Bestand>nieuw>onder sjablonen vind je 'kalenders'). Hier vind je een voorbeeld.
   Afhankelijk van de leeftijd van je kind kun je de kalender uitbreiden. Voor de jongeren kinderen kun je 1 groente of fruitsoort bijhouden. Oudere kinderen kunnen
   meerdere groentes bijhouden.

De memo-oogst: Voor de jongere kinderen is er nog een gemakkelijkere manier om bij te houden hoeveel radijsjes of tomaten (of een andere groente) je hebt
   geoogst: Schrijf de getallen 1 t/m 50 op losse memoblaadjes of print en knip de nummers uit. Leg de getallen op volgorde te beginnen bij 1. Het stapeltje blaadjes
   prik je op een prikbord. Elke keer als er een tomaatje is geoogst of is opgegeten, kan je kind een blaadje eraf trekken. Zo kunnen kinderen heel gemakkelijk
   zien hoeveel ze nu al geoogst of opgegeten hebben. Is de oogst hoger dan 50? Maak dan nieuwe memoblaadjes. [FOTO VOLGT]
   Je kind kan speciale getallen (10, 25, 40, 50, eigen leeftijd, leeftijd mama, leeftijd opa enz) versieren met tekeningen of plaatjes.

Foto's van de verschillende ideeën komen nog!

Een aardappel in een mand

Een aardappel is een grappige plant om een keer met je kind op te kweken. Wat heb je nodig?
* grote emmer of een grote mand (minstens 15 liter). Een kleurrijke mand doet het altijd leuk!
* bemeste tuinaarde / potgrond

Voordat je een aardappel kunt poten (zo noem je dat als je een aardappelknol in de grond stopt), moet je wat geduld hebben. Koop pootaardappeltjes bij een tuincentrum of koop biologische aardappels bij de supermarkt of groenteboer. Laat enkele aardappels in een halfdonkere omgeving (ongeveer 10gr) liggen. Na een paar weken zie je dat er kiemscheuten uit de aardappels zijn gekomen. Zoek een paar mooie aardappels uit, die kiemscheuten hebben van ongeveer 1cm. De aardappel mag niet rimpelig zijn of gek aanvoelen. Deze goede aardappels kun je gebruiken om te poten.

Aardappel in de aanslag en beginnen maar!
* Vul de emmer voor driekwart met aarde. Maak een kuiltje voor de aardappel.
* Poot het aardappeltje ongeveer 5-10cm diep. (zie foto 1 en 2)
* Geef de plant regelmatig water.
* Als de plant 10-15cm hoog is, doe je er wat aarde bij, zodat de eerste stengels (niet de bladeren!) steun krijgen van de
   aarde. Dit noem je aanaarden.
* Als de plant ongeveer 25cm hoog is doe je dat nog een keer. [foto volgt]
* Blijf goed water geven!
* Komen er bloemen en vruchten aan de plant? Pas dan op met kinderen, want de vruchten zijn niet eetbaar! Sterker 
   nog, ze zijn giftig!
* Zorg ervoor dat er geen aardappels boven de grond uitkomen, want aardappels die teveel licht hebben gehad tijdens de groei zijn giftig. Je kunt dit voorkomen door goed aan te aarden of door nog wat extra aarde erbij te doen als je ziet dat er enkele aardappels boven de grond komen.
* Na zo'n 2 maanden zijn de aardappels klaar. Als je even graaft bij de plant, dan heb je waarschijnlijk al je handen vol met nieuwe aardappeltjes! [foto volgt]
* Oogst de aardappels (of haal uit de grond wat je nodig hebt) en bewaar ze 2-3 dagen op een donkere, droge plek. Na 2-3 dagen kun je de aardappeltjes eten.

 Eet smakelijk!

Verrassend met tuinkers

Tuinkers op letter
* Bewaar enkele boterkuipjes en maak ze goed schoon. 
* Knip uit A4-papier vakken ter grootte van het boterkuipje.
* Schrijf je initiaal of leeftijd op het papier.
* Knip de letter of het getal ruim uit, zodat er een sjabloon ontstaat (zie foto)
* Vul het boterkuipje tot een cm onder de rand met potgrond.
* Leg het sjabloon op de potgrond.
* Zaai de tuinkers.
* Haal het sjabloon weg en vul het boterkuipje aan met max. een halve cm aarde (liefst minder)
* Na een paar dagen, verschijnt de letter of het getal van het sjabloon.